Hoeveel pensioen heb jij straks netto? 5 dingen waar je misschien niet meteen aan denkt

Je pensioen is een van de grootste veranderingen in je leven. Natuurlijk wil je dat alles past bij jouw persoonlijke situatie. Zodat je leuke dingen kunt blijven doen. Maar weet je wat er allemaal komt kijken bij je pensioenberekening? Wij hebben vijf aandachtspunten voor je. Met onze support kom je later niet voor verrassingen te staan.

1. Houd rekening met aftrekposten en toeslagen

Op de website mijnpensioenoverzicht.nl zie je hoeveel pensioen je naar verwachting maandelijks ontvangt en van wie. Naast een AOW-uitkering, die iedereen krijgt die in Nederland heeft gewoond of gewerkt, krijg je mogelijk pensioen van je werkgever(s). Let op, het getoonde bedrag is een goede indicatie, maar niet het exacte nettobedrag dat je op je rekening ontvangt. Dat komt omdat de tool bijvoorbeeld geen rekening houdt met aftrekposten, toeslagen (zoals huur- en zorgtoeslag) en belasting op eigen vermogen.

Een voorbeeld: als je de AOW-leeftijd hebt bereikt, betaal je minder belasting, maar je belastingvoordeel uit aftrekposten is dan ook minder. Hierdoor houd je in sommige gevallen dus minder geld over. En vergeet niet dat je ook over je spaargeld boven de € 59.357,- (€ 118.714,- voor fiscale partners) (2026) belasting moet betalen. Dit verlaagt je besteedbare inkomen ook. Daar staat tegenover dat je mogelijk recht hebt op huur- of zorgtoeslag, omdat je inkomen na je pensioen meestal lager is.

2. Bekijk een pensioenplanningstool

Sommige pensioenfondsen en -verzekeraars bieden een online pensioenplanningstool aan. Hiermee kun je bekijken hoe pensioenkeuzes uitpakken. Denk aan eerder stoppen met werken of eerst een aantal jaar een hoger pensioen ontvangen en daarna een lagere uitkering. Heb je de tool gecheckt en overweeg je een keuze? Dan kun je je laten voorlichten door een financieel adviseur.

Advies nodig?

Wil je weten of je je pensioen écht goed geregeld hebt? Maak een afspraak met een onafhankelijk adviseur bij jou in de buurt.

Vind een onafhankelijk adviseur

3. Denk aan de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) en de ouderenkorting

Heb je zelf je netto-pensioen berekend? En heb je rekening gehouden met aftrekposten, toeslagen en belasting op eigen vermogen? Dan kan je netto-pensioenuitkering toch nog lager uitvallen. Hoe dat kan? Misschien heb je de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over je aanvullend pensioen over het hoofd gezien. Het kan ook zijn dat je op een ouderenkorting rekende, die je toch niet krijgt.

Om die eerste erbij te pakken: iedereen met een inkomen moet de bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) betalen. Ook over je aanvullend pensioen moet je dus een gedeelte belasting betalen, namelijk 4,85% (2026) en die vergeten mensen nog weleens. Deze bijdrage verlaagt je netto-inkomen. Over je inkomen bóven de € 79.409,- (2026) hoef je geen bijdrage Zvw te betalen.

De ouderenkorting is een heffingskorting voor AOW’ers. Een korting op de belasting die je moet betalen. Om deze te ontvangen, is je ‘verzamelinkomen’ van belang. Je verzamelinkomen bestaat uit je bruto-inkomen uit werk en woning (box 1), het inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2) en je belastbare inkomen uit vermogen en spaargeld (box 3), min je aftrekposten.

Als je verzamelinkomen in 2026 niet hoger is dan € 46.002,- bedraagt de heffingskorting € 2.067,- (2026). Bij het berekenen van het verzamelinkomen worden de inkomsten onder box 2 en 3 nog weleens vergeten. Hierdoor verwachten mensen soms onterecht dat ze ouderenkorting krijgen. Op de website van de Belastingdienst kun je checken hoeveel jouw ouderenkorting bedraagt.

Maar over het algemeen geldt: zorg dat je tijdens de opbouwfase je jaarlijkse fiscale jaarruimte benut en dat je je inleg op tijd aftrekt bij je belastingaangifte. Lees of je jaarruimte hebt en hoe je die berekent. Heb je jaarruimte, maar heb je die niet benut? Dan kun je deze alsnog gebruiken tot tien jaar nadat deze is ontstaan. Dat heet reserveringsruimte.

Wist je dat je je partnerpensioen kunt uitruilen voor ouderdomspensioen?

4. Kijk eens goed naar je partnerpensioen: uitruilen of niet?

Wist je dat je je partnerpensioen (nabestaandenpensioen) vaak kunt ruilen voor ouderdomspensioen, en andersom. Dat doe je op het op het moment dat je bijna met pensioen gaat. Er zijn verschillende scenario’s denkbaar. Stel: je hebt zelf ruim voldoende ouderdomspensioen om bij verlies van je partner rond te kunnen komen. Dan heb je mogelijk geen partnerpensioen van je partner nodig. Je partner kan in zo’n geval zijn/haar pensioenfonds of -verzekeraar vragen om het partnerpensioen te verlagen in ruil voor een hoger ouderdomspensioen. Je geniet dan samen van een ruimer ouderdomspensioen.

5. Zo regel je het goed

Wil je er zeker van zijn dat je je pensioen echt goed hebt geregeld? Let dan bij berekening van je netto-inkomen op aftrekposten, toeslagen, bijdrage aan de Zorgverzekeringswet en de ouderenkorting. Zorg ook dat je je jaarruimte benut, kijk of uitruilen van partnerpensioen interessant is en gebruik een online pensioenplanner als je overweegt je pensioensituatie te wijzigen. En misschien wel de belangrijkste tip: neem contact op met een onafhankelijk adviseur. Zo weet je wat in jouw persoonlijke situatie het beste is om te doen en zorg je dat je écht niets over het hoofd ziet bij het regelen van je pensioen.

Meer binnen thema

Meer artikelen